brood Inggris

pengucapan
n. bread, loaf; money (Slang)

brood Belanda

pengucapan
zn. kuikens; groep; broederij
ww. broeden; mediteren
bn. broeden

Contoh kalimat

Het graan werd gemalen en gebruikt voor het maken van brood, pap en deeg.
The grains were ground and used to make breads, porridge and pastas.
pengucapan pengucapan pengucapanu Report Error!
"We kunnen niet altijd alleen overleven op brood", klaagden de soldaten vaak.
"We cannot live on bread alone," the soldiers would often complain.
pengucapan pengucapan pengucapanu Report Error!
Soms gingen we om middernacht op onze tenen naar beneden naar de grote keukens van het paleis om zoet brood en honing te stelen.
Sometimes at midnight we would tip-toe down into the palace’s great kitchens to steal sweetened breads and honey.
pengucapan pengucapan pengucapanu Report Error!
Vreemd genoeg was het mijn zieke koningin die mij de broodnodige troost zou geven.
Strangely enough, it was my sick Queen who would bring me my much needed comfort.
pengucapan pengucapan pengucapanu Report Error!
En zo zijn er “panaderías” voor brood, “pescaderías” voor vis...
And so there’s “panaderías” for bread, “pescaderías” for fish…
pengucapan pengucapan pengucapanu Report Error!
Opleiding geeft je meer veiligheid, en met een goede opleiding, zul je waarschijnlijk een betere job vinden in de toekomst en beter je brood verdienen.
Education gives you more security, and with a good education, you will most likely find a better job in the future and earn a better living.
pengucapan pengucapan pengucapanu Report Error!
Een beetje brood en boter.
A little bread and butter.
pengucapan pengucapan pengucapanu Report Error!
Een kruimeltje is ook brood.
A penny saved is a penny earned.
pengucapan pengucapan pengucapanu Report Error!
En een beetje brood.
And a little bread.
pengucapan pengucapan pengucapanu Report Error!
Brood en spelen.
Bread and circuses.
pengucapan pengucapan pengucapanu Report Error!

Sinonim

1. bestaan: broodwinning, inkomen
2. kost: inkomen, levensonderhoud
3. kostwinning: bestaansmiddel, broodwinning, inkomen, nering
4. baar: staaf



dictionary extension
© dictionarist.com